BWV 27 "Wer weiß, wie nahe mir mein Ende"

Venster Acties

BWV 27 "Wer weiß, wie nahe mir mein Ende"

In oktober vieren we ons 15-jarige bestaan! En wel met een uitvoering van de prachtige cantate BWV 27 "Wer weiß, wie nahe mir mein Ende"

Waar en wanneer

Datum en tijd

Locatie

Petruskerk Schependomlaan 85 6543 XV Nijmegen Netherlands

Kaart en routebeschrijving

Zo werkt het

Over dit evenement

BWV 27 "Wer weiß, wie nahe mir mein Ende"

Op de zondag van deze cantate staat het verhaal centraal (uit Lucas 7: 11-17) over Jezus die, net als hij met zijn discipelen de stad Naïn wil binnengaan, een begrafenisstoet tegenkomt. Het betreft een jongen, enige zoon van een weduwe. Jezus ontfermt zich over haar en wekt de jongen weer tot leven. Nu zou je dus dankbare feestmuziek verwachten, maar de Lutherse kerk vat dit verhaal anders op. Het is de boodschap dat wij allen moeten sterven – maar dat wij de dood kunnen tegemoet zien als de stap naar het eeuwige leven omdat Christus ons daarmee verlost van al het lijden op deze aarde. Opnieuw dus verdriet en dood maar het uitzicht op de hemelse vreugde.

In het openingsdeel staat dat verdriet centraal. Het is prachtig maar heel complex opgebouwd. De strijkers spelen voortdurend zuchtende dalende lijnen: de gang naar het graf. Alleen aan het eind zingt het koor “machs nur mit meinem Ende gut” en dan gaan de lijnen omhoog! Daardoorheen spelen de twee hobo’s een smartelijk duet dat ons verdriet tot uitdrukking brengt. En dan horen we plotseling het koor met een van bittere harmonieën doortrokken koraal “Wer weiss, wie nahe mir mein Ende?” En – uniek in Bachs cantates – tussen die koraalregels door zingen dan nog weer de solisten korte toelichtende recitatieven. Al met al een heel bijzonder openingskoor.

Daarna zingt de tenor zijn recitatief, eindigend met een positief vooruitzicht: “Ende gut macht alles gut”! En zo kan de dood aanvaard worden, zelfs verwelkomd: “Willkommen!”, in de erop volgende aria voor alt met weer een heel bijzondere begeleiding van oboe da caccia en een virtuoze orgelpartij. En de sopraan roept in het aansluitende recitatief met beeldend begeleidende strijkers: “geef me maar vleugels om naar de hemel te gaan!” Ook de bas neemt dan afscheid van deze wereld. Met enerzijds een zwaarmoedig getoonzet “Gute Nacht”, en anderzijds een heftig opgeroepen beeld van al het gedoe (“Getümmel”) dat hij achter zich wil laten.

En dan komt er nog een – opnieuw in Bachs werk unieke – verrassing: hij schrijft niet zelf het slotkoraal (wat hij gemakkelijk had kunnen doen) maar gebruikt een compositie van Johann Rosenmüller, die zo’n 75 jaar eerder in dezelfde kerk in Leipzig cantor was geweest. Het waarom van deze keuze is niet helemaal duidelijk. Maar zeker is dat dit begrafeniskoraal in Bachs tijd als klassiek (archaïsch) ervaren werd, en zo misschien het gevoel van de eeuwigheid dichterbij kon brengen. Bach blijft experimenteren!

We zingen het eerste deel van dit vijfstemmige koraal met het koor: “Welt ade! Ich bin dein müde”, en het tweede deel met z’n allen, waarbij heel bijzonder is dat de laatste regel ineens in een feestelijk dansante driekwartsmaat overgaat.

Gratis